Apotheek Rijnsburg

Graaf Florislaan 9 2231ED Rijnsburg Tel:071 407 9114 Fax:071 407 9115

Medische Encyclopedie

Inhoud

Depressie

Wat is depressie?

Bij een depressie heb je 1 van deze klachten of allebei:

  • een somber gevoel
  • veel minder zin om dingen te doen en veel minder plezier

Dit heb je bijna elke dag, het grootste deel van de dag en langer dan 2 weken.

Je hebt daarbij ook een aantal van deze klachten:

  • Je hebt het gevoel dat je niks waard bent. Of je voelt je schuldig over dingen.
  • Je voelt je heel moe en hebt minder energie.
  • Je kunt minder goed nadenken, je aandacht ergens bij houden of beslissingen nemen.
  • Je voelt je onrustig en wilt steeds bewegen. Of je hebt juist geen energie om te bewegen.
  • Je eet minder of juist meer. Je bent daardoor afgevallen of zwaarder geworden.
  • Je slaapt heel veel. Of je slaapt slecht.
  • Je hebt gedachten aan de dood of zelfmoord.

De dingen die je elke dag doet, gaan vaak moeilijker. Bijvoorbeeld je werk, studie, voor je kind of ouders zorgen en contact met mensen.

Een depressie kan komen door deze dingen:

  • je karakter
    Je karakter heeft invloed op hoe je je voelt. Misschien pieker je veel, wil je alles heel goed doen en vraag je niet zo snel om hulp. Zulke eigenschappen maken de kans op een depressie groter.
  • problemen die veel stress geven
    Bijvoorbeeld zorgen over geld, problemen in je relatie, problemen met je kind, of je werk kwijtraken.
  • erge dingen die gebeuren
    Bijvoorbeeld geweld of een nare ervaring met seks meemaken.
  • andere klachten of ziektes zoals angst, pijn, diabetes, overgewicht of kanker. Die maken de kans op een depressie ook groter.
  • sommige medicijnen, zoals het medicijn propranolol bij hoge bloeddruk en het medicijn pravastatine bij een hoog cholesterol. Ook voorbehoedmiddelen met hormonen kunnen somberheid als bijwerking hebben.
  • je DNA
    Het DNA in je cellen kan een grotere kans op depressies geven. Je hebt een grotere kans op een depressie als meer mensen in je familie een depressie hebben gehad.

Wat kan ik zelf doen?

Bij een depressie kun je zelf dingen doen om je beter te voelen:

Dingen op vaste tijden doen

Het helpt om elke dag dingen op vaste tijden te doen:

  • Sta op tijd op.
  • Eet elke dag op dezelfde tijden.
  • Ga op tijd naar bed. En het liefst op een vaste tijd. Dat is belangrijk voor je slaap en je stemming. Kijk voor meer adviezen bij beter slapen.
Lijst met dingen die je gaat doen

Dingen doen is moeilijker bij een depressie. Maak daarom een lijst met dingen die je gaat doen. Bijvoorbeeld voor een week.

  • Zet erop hoe laat je gaat opstaan, eten en naar bed gaat.
  • Zet er ook andere dingen op. Zoals naar buiten gaan of iets schoonmaken in huis. En wanneer je gaat werken of iets anders moet doen.
  • Kies ook dingen die je prettig vindt of vond om te doen. Misschien een tijdschrift lezen of een film kijken? Of een stukje wandelen, eten met een vriend? 
    Zet ook zo’n activiteit op je lijst.

Zorg dat je dagen niet te vol en te zwaar worden. En doe evenveel ontspannende dingen als dingen die moeten.

Elke dag naar buiten

Ga elke dag naar buiten. Natuur en groen geven ontspanning. Ook bewegen geeft je een beter gevoel. Ga bijvoorbeeld regelmatig naar een tuin of park in de buurt. Of maak een wandeling in het bos.

Bewegen

Bewegen helpt om je beter te voelen:

  • Probeer een half uur per dag te bewegen. Lukt dat niet, begin dan rustig aan. Ga langzaam steeds iets meer doen.
    Ga bijvoorbeeld wandelen of tuinieren. Of loop of fiets naar de winkel voor je boodschappen.
  • Je kunt ook gaan sporten. Vooral hardlopen helpt om je beter te voelen. Stevig wandelen of hard fietsen is ook goed. Zwemmen of dansen ook. 
    Zo gaat je hart wat sneller kloppen en adem je sneller. Dit helpt om je minder depressief en fitter te voelen. Ook slaap je er beter door.
  • Bekijk de video over bewegen.
Geen alcohol of drugs

Drink geen alcohol en gebruik geen drugs. Dat helpt om beter te worden van een depressie.

Contact met andere mensen

Heb je mensen om je heen met wie je kunt praten? Bijvoorbeeld een vriend of collega? Praat over je gevoel. Vaak helpt dat. 
Spreek ook af om regelmatig iemand te bellen. Of om even naar iemand toe te gaan.

Door de depressie ga je misschien slecht over jezelf denken. Praat over dat gevoel met andere mensen. Meestal veranderen zulke gevoelens na een tijdje. Ook doordat je erover praat.

Blijven werken

Blijven werken is vaak beter dan een tijdje stoppen met werken.

Bel of mail met je bedrijfsarts om te bespreken hoe je kunt blijven werken. Soms moet er iets veranderen aan je werk. Je gaat bijvoorbeeld halve dagen werken, of je doet alleen de taken die voor jou makkelijk zijn. Met je werkgever spreek je af hoe je je werk gaat doen.
Moet je toch tijdelijk stoppen met werken? Bespreek dan met de bedrijfsarts hoe je weer aan het werk kunt. Je herstelt sneller en beter als je blijft werken.

Blijven studeren

Blijven studeren is vaak beter dan een tijdje stoppen met je studie.

Bespreek met je mentor of decaan hoe je kunt blijven studeren. Soms moet er iets veranderen. Je gaat bijvoorbeeld wat minder doen. Moet je toch tijdelijk stoppen met studeren? Bespreek dan samen hoe je zo snel mogelijk weer kunt beginnen.

Vraag hulp bij een depressie. Je kiest samen met je huisarts welke behandeling bij jou past:

Heb je veel en erge klachten? Of ook veel last van angst bijvoorbeeld? Dan kun je het beste naar een psycholoog gaan. Je huisarts kan je doorsturen. 
Bij een erge depressie kun je ook medicijnen tegen depressie krijgen.

De keuzehulp over depressie kan je helpen kiezen.

Winterdepressie

Heb je elk jaar in de herfst en winter klachten? Kijk bij behandeling van winterdepressie.

Depressie na je bevalling

Heb je net een baby gekregen? Kijk bij depressie na je bevalling.

Sint-janskruid helpt misschien bij een depressie. Toch kun je het beter niet gebruiken.

Sint-janskruid heeft namelijk veel nadelen:

  • Het is niet bekend wat er precies in middelen met sint-janskruid zit. En of ze veilig zijn.
  • Sint-janskruid gaat niet samen met bepaalde medicijnen. Bijvoorbeeld niet met de pil, bloedverdunners, hartmedicijnen, kalmerings-middelen en cholesterol-verlagers. Je kunt erge bijwerkingen krijgen als je sint-janskruid slikt samen met dit soort medicijnen.
  • Sint-janskruid gaat ook niet samen met medicijnen tegen depressie.

Wat kan de apotheker voor mij doen?

Depressie en leefstijl 

Depressie en leefstijl hangen met elkaar samen. Gezonder leven kan ervoor zorgen dat u zich beter voelt, ook als u medicijnen tegen depressie gebruikt. Uw apotheekteam bespreekt graag met u wat u hierbij kan helpen, zoals: 

  • meer bewegen. Regelmatig bewegen (zoals wandelen of hardlopen, liefst buiten in de groene natuur) kan zorgen voor een betere stemming; 
  • goed slapen. Slaap en stemming hebben veel invloed op elkaar; 
  • minder of geen alcohol. Alcohol kan de stemming slechter maken. Ook kan het invloed hebben op de werking van antidepressiva; 
  • verbinding met anderen. Weten wat voor u belangrijk is in het leven én mensen hebben om dat mee te delen, heeft invloed op hoe u zich voelt. Dit kan u helpen bij het herstel van een depressie; 
  • uw gewicht in de gaten houden. Sommige medicijnen bij depressie kunnen ervoor zorgen dat u aankomt door meer eetlust. Uw apotheekteam kan u hier over adviseren.  

Depressie kan het soms moeilijker maken om gezonder te leven. Uw apotheekteam denkt graag met u mee over wat in uw situatie passend is.

Hulp bij afbouwen

Wilt u stoppen met uw medicijn tegen depressie (antidepressivum)? Overleg dan met uw arts of apotheker.

Als u te snel stopt met het gebruik van uw medicijn tegen depressie, kunt u last krijgen van bepaalde klachten. Bijvoorbeeld angst, slapeloosheid, onrust, duizelig zijn, hoofdpijn, spierpijn, misselijk zijn en zweten. Dit noemen we ontwenningsverschijnselen. 

Om deze klachten te voorkomen is het belangrijk dat u langzaam stopt. Dit doet u door steeds iets minder te gaan gebruiken. 

Uw apotheker kan u helpen en begeleiden bij het stoppen. Samen met uw apotheker spreekt u af hoe u het best kunt stoppen. U maakt dan samen een afbouwschema. 

Krijgt u opnieuw last van depressie? Bespreek dit dan met uw arts of apotheker.

Controle van uw medicijnen 

Sommige medicijnen kunnen de stemming slechter maken, zoals bètablokkers, corticosteroïden of bepaalde hormoonpreparaten. Uw apotheekteam kan controleren of dit bij u het geval is. Is dat zo? Dan bekijken zij samen met u of u kunt overstappen op een medicijn dat minder invloed heeft op de stemming. 

Uw apotheker zorgt ervoor dat u uw medicijnen goed en veilig kunt gebruiken. Het maakt niet uit of u een medicijn korte tijd of langdurig nodig heeft.

  • Receptcontrole

De apotheker controleert elk recept. Bijvoorbeeld: is het juiste medicijn voorgeschreven en meegegeven, is de dosering goed, kan het medicijn samen met andere medicijnen die u gebruikt. Als het nodig is, overlegt uw apotheker met uw huisarts of specialist.

  • Overzicht van uw medicijnen

Uw apotheker houdt bij welke medicijnen u gebruikt. U kunt in de apotheek altijd om een overzicht van uw medicijnen vragen. Dit kunt u bijvoorbeeld meenemen als u uw specialist bezoekt, in het ziekenhuis wordt opgenomen of naar het buitenland gaat.

  • Delen van informatie over uw medicijnen met andere zorgverleners

Uw apotheker, huisarts en het ziekenhuis kunnen informatie over uw medicijnen met elkaar delen als dat nodig is voor uw behandeling. Dit mag alleen als U daar toestemming voor geeft.

  • Begeleiding bij nieuwe geneesmiddelen

Krijgt u een medicijn dat u in de afgelopen 12 maanden niet hebt gebruikt? Dan krijgt u extra uitleg over deze medicijnen.

  • Ondersteuning als u uw medicijnen weleens vergeet in te nemen

De apotheker heeft daar hulpmiddelen voor. Als uw zorgverzekeraar toestemming geeft, kan uw apotheker uw medicijnen per dag en per tijdstip van inname in aparte zakjes voor u laten verpakken.

  • Persoonlijk gesprek over uw medicijnen

Heeft u vragen over uw medicijnen, of problemen met het gebruik? Bijvoorbeeld moeite met slikken van medicijnen, openmaken van de verpakking, of last van een vervelende bijwerking? Vraag uw apotheker om een persoonlijk gesprek. Hij kijkt dan samen met u welke mogelijkheden er zijn om uw probleem te verhelpen.

  • Medicatiebeoordeling

Uw apotheker en huisarts kunnen u uitnodigen voor een gesprek over uw medicijnen. Dit is mogelijk bij patiënten ouder dan 65 jaar die langdurig meer dan 5 medicijnen gebruiken. Samen met u bespreken ze of er verbetering mogelijk is. Als u bijvoorbeeld last hebt van bijwerkingen van een medicijn kan het soms vervangen worden door een ander medicijn.

  • Zelfzorg

Bij de apotheek kunt u terecht voor advies over medicijnen die u zonder recept (= zelfzorgmedicijnen) kunt kopen, voor verbandmiddelen en cosmetica. De apotheek kan zelfzorgmedicijnen voor u opnemen in uw medicatiedossier. Dan kan de apotheker controleren of u ze veilig samen met uw receptmedicijnen kunt gebruiken.

  • Bezorgservice

Bent u moeilijk ter been? Informeer bij uw apotheek of zij uw medicijnen bij u thuis kunnen bezorgen.

In welke gevallen kan ik beter naar de huisarts gaan?

Bel direct de huisarts, de huisartsen-spoedpost of 112 als je plannen hebt om een einde aan je leven te maken. 
Je kunt ook dag en nacht 113 bellen. Dit is gratis. Of met iemand chatten via 113.nl.

Bel ook direct de huisarts of huisartsen-spoedpost als je een psychische crisis hebt. Of iemand anders moet voor je bellen.

Bel je huisarts of andere behandelaar om een afspraak te maken in 1 van deze situaties:

  • De depressie wordt erger.
  • Je krijgt ook last van angst. Of angsten worden erger.
  • Je ervaart de wereld als vreemd en eng. Je hoort, ziet of denkt vreemde dingen. Dit kan het begin van een psychose zijn.
  • Je denkt vaak dat je niet meer wilt leven of je denkt vaak aan de dood.
  • Je slikt medicijnen en je krijgt veel last van bijwerkingen.
  • Je voelt je na de depressie heel vrolijk, goed en sterk. Je slaapt weinig. Het kan zijn dat je een bipolaire stoornis hebt.

Welke medicijnen worden gebruikt bij

Serotonineheropnameremmers
Serotonineheropnameremmers, ook wel SSRI’s genoemd, regelen in de hersenen de hoeveelheid serotonine, een van nature voorkomende stof die een rol speelt bij stemming en emoties. Hierdoor vermindert de depressie en verbetert de stemming. Voorbeelden zijn citalopram, fluoxetine, fluvoxamine, paroxetine en sertraline.

Tricyclische antidepressiva
Tricyclische antidepressiva regelen in de hersenen de hoeveelheid serotonine en norepinefrine, twee van nature voorkomende stoffen die een rol spelen bij stemming en emoties. Hierdoor vermindert de depressie en verbetert de stemming. Voorbeelden zijn amitriptyline, clomipramine en nortriptyline.

Mianserine, mirtazapine en trazodon
Deze antidepressiva regelen in de hersenen de hoeveelheid en het effect van serotonine, een natuurlijk voorkomende stof die een rol speelt bij stemmingen en emoties. Hierdoor vermindert de depressie en verbetert de stemming.

MAO-remmers
MAO-remmers regelen in de hersenen de hoeveelheid serotonine en noradrenaline, twee van nature voorkomende stoffen die een rol spelen bij stemmingen en emoties. Hierdoor verbeteren de verschijnselen van de depressie. Voorbeelden zijn fenelzine, moclobemide en tranylcypromine.

Sint-janskruid
Sint-janskruid is een kruidenmiddel met een antidepressieve werking. Hoe het precies werkt, is nog niet helemaal bekend. Sint-janskruid vermindert de depressie en verbetert de stemming.

Venlafaxine
Venlafaxine is een middel met een antidepressieve werking. Het regelt in de hersenen hoeveelheid serotonine, een van nature voorkomende stof die een rol speelt bij stemming en emoties. Hierdoor vermindert de depressie en verbetert de stemming.

Lithium
Lithium is een middel dat wordt gebruikt bij manische depressiviteit. Lithium kan een manische bui stoppen en voorkomt sterke stemmingsschommelingen. Hoe deze werking precies tot stand komt, is niet bekend. Waarschijnlijk heeft het invloed op de overdracht van prikkels in de hersenen.

Atypische antipsychotica
Atypische antipsychotica kunnen worden gebruikt bij een zeer ernstige depressie waarbij verschijnselen van een psychose optreden, zoals wanen en hallucinaties. Atypische antipsychotica onderdrukken deze verschijnselen. Soms worden ze in combinatie met andere antidepressieve middelen gebruikt. Voorbeelden van atypische antipsychotica die kunnen worden gebruikt, zijn clozapine, quetiapine of aripiprazol.

Antipsychotica
Antipsychotica kunnen de werking van antidepressiva versterken. Dit heet ‘augmentatie’. Ze worden altijd gebruikt naast een gewoon antidepressivum. Antipsychotica die zo worden gebruikt zijn aripiprazol, brexpiprazol, cariprazine, olanzapine, risperidon en quetiapine.

Bupropion
Bupropion regelt in de hersenen de hoeveelheid noradrenaline en dopamine, twee natuurlijk voorkomende stoffen die een rol spelen bij stemmingen en emoties. Hierdoor vermindert de depressie en verbetert de stemming.

Lamotrigine
Lamotrigine wordt soms gegeven als antidepressiva en lithium niet voldoende helpen. Lamotrigine voorkomt sterke stemmingsschommelingen. Het werkt in het algemeen beter tegen de depressies dan tegen de manie.

Esketamine
Esketamine wordt als neusspray gegeven als meerdere medicijnen tegen depressie niet hebben geholpen of in een noodsituatie. Het wordt gebruikt bij erge depressie samen met andere medicijnen tegen depressie. Esketamine neusspray mag alleen in het ziekenhuis of in de praktijk van uw dokter worden gebruikt.

Dydrogesteron
Dydrogesteron wordt soms voorgeschreven om depressie na een bevalling te voorkomen. Dydrogesteron heeft dezelfde werking als het vrouwelijk hormoon progesteron. Na de bevalling neemt de hoeveelheid progesteron snel af in het lichaam. Dit kan depressie veroorzaken. Dydrogesteron vult progesteron in uw lichaam aan, zodat u minder last heeft van depressie na de bevalling.

Terug naar overzicht